Middels deze informatie willen we je uitleggen hoe het pijnverwerkingssysteem werkt. Dat willen we verduidelijken door eerst iets te vertellen over het zenuwstelsel zelf en daarna over het systeem van pijnverwerking.

de zenuwbanen

Het zenuwstelsel

Het zenuwstelsel is een zeer wijd vertakt stelsel van zenuwbanen en sensoren in het lichaam (in figuur 7.1 zijn zenuwen blauw gekleurd als lijnen in het lichaam). Al deze zenuwen zijn aangesloten op het ruggenmerg dat door de wervelkolom loopt, en de hersenen.

Het lichaam bevat honderden meters zenuwen en miljoenen sensoren om mensen in staat te stellen informatie uit te wisselen met hun omgeving. Zenuwen kunnen we het best vergelijken met elektrische kabeltjes in het lichaam die signalen in de vorm van elektrische stroompjes transporteren. Deze signalen kunnen ontstaan in de hersenen om van daaruit via het ruggenmerg en zenuwen naar de spieren te gaan (bijv. jouw hersenen geven de armspieren het commando om een kop koffie op te pakken), maar evengoed kunnen de signalen ontstaan in de sensoren van de huid in jouw hand (bij het aanraken van een heet voorwerp) om van daaruit via de zenuwen naar het ruggenmerg en vervolgens de hersenen te gaan. Pas wanneer deze signalen door de hersenen verwerkt zijn tot informatie besef je zelf dat het voorwerp dat je aanraakt heet is.

In de hersenen worden ook gedachten gevormd, komen emoties tot stand en worden herinneringen opgeslagen. Een belangrijke functie van het zenuwstelsel is het verwerken van pijn. Pijnsensoren zitten overal in het lichaam en zijn door zenuwen verbonden met het ruggenmerg en met de hersenen.

Het ontstaan van pijn in ons zenuwstelsel

De pijnprikkel
Normaal gesproken ontstaat er pijn wanneer er een beschadiging aan het lichaam optreedt. Dit is het natuurlijke

figuur 2

beschermingsmechanisme van het lichaam. Door pijn wordt het lichaam gewaarschuwd voor gevaar en kan het hier

gepast op reageren. Deze gevaarboodschap kan het gevolg zijn van verschillende prikkels zoals mechanische druk (symbolisch weergegeven door de hamer), temperatuur (symbolisch weergegeven door het vuur) of een zuur (symbolisch weergegeven door het proefbuisje).

Sensoren
Sensoren staan aan het begin van de pijnverwerking. Sensoren bevinden zich op veel plaatsen in het lichaam (bijvoorbeeld in de huid en de spieren) en vangen prikkels op. Elke sensor is gevoelig voor een specifieke prikkel. In figuur 2 hiernaast zijn de sensoren weergegeven als mannetjes met een letter. Het mannetje met een ‘m’ is gevoelig voor mechanische prikkels (symbolisch de hamer), het mannetje met de ‘a’ is gevoelig voor acid (zuur) en het mannetje met de ‘t’ is gevoelig voor temperatuur.

De gevaarboodschap gaat van de sensoren naar de zenuw
Verschillende pijnsensoren staan weer in verbinding met een zenuw (in figuur 3 te zien als de sliert met de ronding waar de sensoren zich in bevinden). Iedere zenuw bevat een reeks van sensoren. De sensoren kunnen bedreigende prikkels

figuur 3

doorsturen naar de zenuw door hun poorten te openen (in figuur 3 is dit symbolisch weergegeven door de mannetjes die hun mond openen). De prikkels (bijvoorbeeld een klap van de hamer) worden door de poort naar de zenuw gestuurd in de vorm van elektrisch geladen deeltjes (weergegeven als de rode plusjes in figuur 3).

Iedere sensor (of poort) die opengaat, betekent meer elektrisch geladen deeltjes die in de zenuw terechtkomen, wat betekent dat de zenuw een klein beetje meer geactiveerd wordt. Door opening van meerdere ‘poorten’ stapelt de zenuw de elektrische ladingen op totdat er voldoende lading aanwezig is om een gevaarboodschap te versturen door de zenuw, naar het ruggenmerg en richting de hersenen (een elektrische lading gaat als een lopend vuurtje door de zenuw).

De gevaarboodschap gaat van de zenuw naar het ruggenmerg
Wanneer dus voldoende sensoren hun elektrische lading in de zenuw doorgelaten hebben, begint er een signaal door de zenuw te lopen. Dit signaal gaat naar het ruggenmerg (figuur 1). Net voor een zenuw het ruggenmerg binnenkomt, vertoont die een kleine verdikking, die de kernen van de zenuw bevat. Deze verdikking wordt het achterste ganglion van het ruggenmerg genoemd. Hier wordt de informatie van het signaal verzameld en geëvalueerd. Op deze plaats wordt opnieuw besloten of het nodig is dat het binnengekomen signaal (de gevaarboodschap) doorgestuurd wordt naar de hersenen. Vandaar dat het achterste ganglion van het ruggenmerg de mini-hersenen van de zenuwen genoemd worden.

figuur 4

Vervolgens komt de zenuw weer bij een poort uit, nu in het ruggenmerg. Dit is de poort tot de volgende zenuw die naar de hersenen gaat. Deze zenuw wordt ook wel de ‘boodschapper-zenuw’ genoemd. Verschillende zenuwen die vanuit het lichaam naar het ruggenmerg lopen, staan in verbinding met één ‘boodschapper-zenuw’ die naar de hersenen gaat.

Ook bij deze poort kan de gevaarboodschap pas doorgestuurd worden als de samenkomende signalen vanuit het lichaam sterk genoeg zijn. Het signaal wordt hier echter niet doorgegeven met behulp van elektrische geladen deeltjes, maar de prikkels worden omgezet in chemische stoffen (in figuur 4 getekend als rondjes, vierkantjes en hartjes). De ‘boodschapper-zenuw’ heeft sensoren voor deze stoffen. Deze chemische stoffen moeten als het ware als puzzelstukjes op deze sensoren passen. Wanneer er voldoende puzzelstukjes passen, kan de poort geopend worden en het signaal weer verder worden doorgegeven naar de hersenen.

In figuur 4 zie je vier zenuwen vanuit het lichaam samenkomen. Ze hebben een signaal met informatie bij zich (de enveloppen), dat wordt doorgegeven in de vorm van chemische stoffen die vrij komen in de poort (ook wel synaps genoemd) en die de boodschap kunnen doorgeven aan de naar die richting de hersenen gaat (boodschapper-zenuw).

De gevaarboodschap gaat door in de richting van de hersenen
Of het zo ver komt dat de boodschap naar de hersenen wordt gestuurd, is van verschillende factoren afhankelijk. Veel wordt bepaald door de toestand van de synaps (de poort tussen de in het ruggenmerg toekomende zenuw en de boodschapper-zenuw), die we voor de duidelijkheid vergelijken met een regionaal postkantoor. In een postkantoor verandert de inkomende, maar ook de vertrekkende, informatie constant. Welke informatie vanuit het regionale postkantoor vertrekt, wordt echter in belangrijke mate bepaald door het centrale postkantoor (de hersenen). Zo kan het centrale postkantoor beslissen dat er tijdelijk geen post vanuit het regionale postkantoor mag vertrekken. In dat geval komt er in het regionale postkantoor wel informatie (post) binnen (de boodschap komt wel aan in het ruggenmerg), maar blijft daar liggen en wordt niet verder doorgegeven (de boodschap wordt niet door de secundaire of boodschapper-zenuwen naar de hersenen gezonden). Of de post wel of niet wordt doorgestuurd, heeft te maken met wat er op alle andere postkantoren gebeurt. We kunnen immers maar een ding tegelijk ervaren. We kunnen bijvoorbeeld als we aan het eten zijn niet tegelijk proeven hoe het eten smaakt, de schoenen aan onze voeten voelen, jeuk op het hoofd hebben en het licht zien branden. Het zenuwstelsel maakt dus continu een selectie voor tientallen tegelijk binnenkomende prikkels. De selectie wordt gemaakt op basis van onder andere eerdere ervaringen, aandacht en emoties.

Een gevaarboodschap in de hersenen betekent niet altijd pijnervaring
Het is van groot belang dat je beseft dat wanneer de gevaarboodschap tot in de hersenen is geraakt, er nog steeds geen sprake is van pijnervaring door de persoon. Pas wanneer de hersenen de gevaarboodschap hebben verwerkt en hebben besloten dat pijn het gepaste gevolg is voor deze gevaarboodschap, dan ervaart het individu pijn. De werkelijke ervaring van pijn is één manier waarop de hersenen gevolg kunnen geven aan inkomende boodschappen. Let op: niet altijd wanneer een pijnboodschap tot in de hersenen geraakt, brengt dat ook steeds pijnervaring met zich mee. Het is aan de hersenen om daarover te oordelen. Dit betekent dat ons lichaam  een zeer krachtig intern controlesysteem bezit dat de pijnmechanismen kan controleren. Het betreft een systeem dat vanuit de hersenen afdaalt en het al dan niet doorsturen van boodschappen kan sturen (beïnvloeding van bovenaf ). Deze beïnvloeding vanuit de hersenen kan plaats vinden op de verschillende plekken van het pijnverwerkingsstelsel waar de signalen verzameld of overgebracht worden; zoals het ganglion of de synaps in het ruggenmerg (zie fi guur 9.6). De hersenen kunnen oordelen dat het voor jouw eigen veiligheid het beste is om de gevoeligheid van de sensoren te verhogen (waardoor je bijvoorbeeld sneller pijn zult ervaren). Maar de gevoeligheid kan ook verlaagd worden, waardoor je minder snel pijn ervaart.

Lees hier meer over het verzwakken of juist versterken van de pijnboodschap.

Wat is er dan precies verkeerd met ons zenuwstelsel als het overgevoelig is?

Om te verduidelijken hoe sensitisatie bij patiënten met chronische pijn tot stand komt, verwijzen we naar de voorafgaande figuren. Bij sensitisatie is het aantal sensoren per zenuwcel (figuur 3) groter dan normaal. Meer sensoren betekent uiteraard een grotere gevoeligheid. Bovendien zullen de poorten verbonden aan de sensoren (figuur 3) langer open blijven staan wanneer ze geprikkeld worden, waardoor er meer elektrisch geladen deeltjes de cel binnendringen. Daarnaast worden gevaarboodschappen ter hoogte van het ruggenmerg versterkt, dus sterker doorgegeven aan de hersenen (figuur 4), en allerminst worden tegengehouden (terwijl het ruggenmerg normaal een stevige filter vormt voor gevaarboodschappen die zodoende nooit de hersenen bereiken). Het krachtige pijnstillende systeem vanuit de hersenen werkt niet meer naar behoren! Tot slot zullen de talrijke gevaarboodschappen die in de hersenen toekomen als vrij ernstig worden geïnterpreteerd (en dus veel pijn met zich meebrengen!) als je zich zorgen maakt over de pijn, als je veel aandacht schenkt aan de pijn, als je blijft zoeken naar ‘schade’ aan het lichaam die de pijn moet verklaren, enz. enz.